Meer dan goochelen met woorden: de discours lobby

September 14, 2017

 

Het spelen en goochelen met woorden en definities doet soms kinderlijk aan. Maar ik verzeker je, lobbyisten die dit niet doodserieus nemen, komen er te laat achter dat de discussie al zo ver gevorderd is, dat ze alleen nog over de komma’s kunnen onderhandelen.

 

Een EU lobby staat en valt met het algemene discours over het onderwerp dat besproken wordt. Dat gaat veel verder dan 'framen’. Het gaat om de keuze van de toon, de woorden en de definities bij jouw onderwerp. Die bepalen voor een groot deel de uitkomst van je lobby, nog voordat er een letter op papier staat.

 

Waarom wordt de alcoholindustrie de ‘spirits industry’ genoemd? En waarom heet de gokindustrie de ‘gaming industry’. Nog meer dan instellingen en procedures stelt taal de kaders van het debat. Daarom wordt er in Brussel hemel en aarde bewogen om de juiste woorden en de juiste toon rondom een onderwerp te vinden.

 

Daarom heeft vrijwel elke industrie het woord ‘duurzaam’ als bijvoeglijk naamwoord. Duurzame visserij, duurzame bio-economie en duurzame nucleaire energie. De gevolgen zijn veel groter dan slechts een sentiment aanwakkeren. De juiste toon en woorden bepalen welke rapporteur het onderwerp behandelt, in welke commissie het aan de orde komt en in sommige gevallen zelfs of een onderwerp überhaupt wordt besproken.

 

Klinkt het vaag? Laten we meteen in een superconcrete casus duiken.

 

Muskusratten

 

Toen ik in Brussel belandde, was één van de eerste onderwerpen waarmee ik te maken kreeg het dossier muskusratten. Ik zie je al kijken: muskusratten? De Europese Commissie wilde reguleren hoe die beestjes gevangen werden middels een richtlijn die de ‘humane vallen richtlijn’ heette. De naam van de richtlijn duwt het ganse debat al een richting op.

 

Tegenstanders willen blijkbaar iets wat niet humaan is. Bovendien zorgt de titel ervoor dat het een milieukwestie is en dan wordt het besproken in de milieucommissie. Als het de ‘efficiënte vallen richtlijn’ had geheten, zou het een technische discussie zijn en zou het bijvoorbeeld in de Industriecommissie terecht komen.

 

Het muskusrattendossier is slechts één voorbeeld. Elk dossier moet in Brussel voorzien zijn van een laagje Eurospeak. De lobby voor staatssteun aan regionale vliegvelden gaat vooral in op ‘de bijdrage van vliegvelden aan lokale economieën’. Als de kustprovincies meer geld willen, hebben ze het over ‘Blue Growth’. Als de boeren meer geld willen, hebben we het over ‘Green Growth’. Maar als de Oost-Europese regio’s meer geld willen, praten ze vooral over ‘solidariteit’. En zo zoekt iedereen naar dat ene haakje of invalshoek om zijn lobby een kant op te gooien.

 

Maak jouw woorden tot standaard

 

Lobbyen met de juiste woorden is niet genoeg. Je moet actief de discussie aanzwengelen om ervoor te zorgen dat jouw terminologie de standaard wordt. Dit doe je door jouw woorden en termen geplaatst te krijgen in officiële documenten van de instellingen en in de position papers van stakeholders en koepels. Daarnaast organiseer je evenementen, werkbezoeken en koffieafspraken. Ook het schrijven van opinieartikelen, persberichten en blogs draagt bij aan het institutionaliseren van jouw discours.

 

Discours lobbyen is anders dan framen, omdat het bij framen vaak om een pitch of one liner tijdens een evenement, persbericht of opinieartikel gaat. Een actieve discours lobby zorgt ervoor dat taal gebruikt wordt om kaders te scheppen die bijna net zo sterk zijn als de instellingen die de wet moeten behandelen. Dit begint bij het prille begin van het onderwerp en gaat door tot en met implementatie.

 

Lees meer in EU Superlobby van Milos Labovic.

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Uitgelichte berichten

Hoe reageren de ontvangers op public affairs?

September 10, 2019

1/10
Please reload

Recente berichten
Please reload

Archief