Afscheid van het lobbyen

 

Recht-toe-recht-aan lobbyen schiet steeds vaker tekort. Zodra een onderwerp ingewikkeld wordt – en welk onderwerp is er nog simpel? –kies je een andere strategie: een mix van samenwerken en beïnvloeden.

 

Het lijkt zo simpel. Op een ochtend reist een directeur naar Den Haag. In een paar gesprekken zendt zij haar boodschap uit. Kamerleden en topambtenaren ontvangen de boodschap. Aan het einde van de middag gaat ze weer naar huis. Met een voldaan gevoel. Zo, dát was een lekker dagje lobbyen.

 

Nou weten we dat lobbyen niet ‘even in een dagje’ lukt. Doorgaans heb je een lange adem nodig. Maar interessanter in dit verhaaltje zijn de woorden ‘ontvangers’ en ‘lobbyen’. Daar is iets mee, met die woorden.

 

Kunnen we het nog wel over ontvangers hebben?

Kunnen we het nog wel over lobbyen hebben?

 

Eerst over de ontvangers.

 

De lobbyende organisatie zendt een boodschap uit die is bedoeld om door politici en ambtenaren te worden ontvangen. Kamerleden zijn doorgaans echte ontvangers. Zij spreken het laatste woord in de besluitvorming.

Bij ambtenaren op de Haagse departementen ligt het anders. In de verhalen van topambtenaren horen we keer op keer de wens om ‘belangen te verbinden’. Dat kan alleen door met elkaar mee te denken, op basis van gelijkwaardigheid. Het onderscheid tussen zender en ontvanger vervaagt.

 

Een topambtenaar beschrijft de dubbelrol van de rijksoverheid. ‘Als wetgever en staatkasbeheerder is de rijksoverheid de baas. Maar in steeds meer situaties beslissen wij niet alleen. Dan zitten we mee aan tafel. Dan zijn we partners.’

Hij noemt drie situaties waarin die partnerrol zichtbaar is.

 

- Wanneer problemen zich opstapelen. Grote ‘probleemcumulaties’ zien we in Rotterdam-Zuid en in Groningen.

- Wanneer zich innovatieve kansen voordoen. Zoals de mogelijkheden van de digitalisering voor nieuwe woon- en zorgdiensten en leefbare steden.

- Wanneer niemand scherp heeft hoe een vraagstuk zich gaat ontwikkelen. Zoals de relatie tussen voedsel, energiegebruik en gezondheid.

 

Het partnerschap tussen rijk, gemeenten, bedrijven en maatschappelijke organisaties krijgt steeds vaker vorm in city deals en regiodeals. Het rijk is dan niet de ontvanger van de lobby en zeker ook niet de beslisser. Pas na een tijdje, als de regels moeten worden aangepast, komt het rijk weer in de oude rol van wet- en regelgever.

 

Dan over het lobbyen. Kunnen we dat woord nog wel gebruiken?

 

Oké, soms wél. Zijn er een duidelijke ontvanger en beslisser is aan te wijzen? Is er een gedefinieerd probleem, een lobbydoel, een oplossing, een heldere besluitvorming? Spreek dan gerust van lobbyen.

 

Maar wat zien we om ons heen? Het definiëren van een probleem, of een ‘maatschappelijke opgave’, is een zoektocht. Laat staan dat er iemand is die een oplossing weet. Wat voor de ene partij de oplossing is, is voor een andere partij juist het probleem. Vraagstuk en oplossingsrichting zijn onderwerp van debat, ook in de publieke opinie. Er is strijd over de dominante duiding van het vraagstuk, over de woorden die erbij passen. Het kost tijd voordat zo’n ‘wicked problem’ eindelijk is ‘gekraakt’ en helder is in welke richting oplossingen moeten worden gezocht. Topambtenaren zijn goed in het optillen van kwesties naar een hoger abstractieniveau. Ze hebben behoefte aan slimme stakeholders die dat ook kunnen.

 

De wethouder (dat mag ook een directeur of een voorzitter zijn) die in zo’n zoekfase voor de eigen oplossing gaat lobbyen, komt teleurgesteld thuis. Een topambtenaar vertelt: ‘Laatst kreeg ik een telefoontje van een wethouder die graag een verbreding van een rondweg om zijn stad wilde. Ik vroeg hem alleen maar: “Wat is nu het probleem? Wat is het onderliggende vraagstuk?” Ik ben helemaal niet geïnteresseerd in wat hij denkt dat de oplossing moet zijn.’

 

De beste term is: de mix van samenwerken en beïnvloeden. 

 

Nemen we dan afscheid van lobbyen en het lobbydoel?

Ook als je niet direct een beslisser beïnvloedt, blijft lobbyen nodig om herkenbaar te zijn in je omgeving en die te betrekken. Relevante stakeholders weten dan wat jij wilt en kunnen beslissen of zij zich aan jou willen verbinden.

 

Hoe meer je alleen je eigen oplossing centraal stelt, hoe kleiner de kans dat die oplossing je gegund wordt. Lobbyen is geven en nemen, waarbij het aankomt op wendbaarheid in de bewoordingen en het vermogen om bondgenoten te betrekken.

 

We blijven het woord lobbyen ook gebruiken voor situaties waarin je de positie en de kans hebt om de besluitvorming in een onderonsje met de beslisser te beïnvloeden.

In die beslotenheid, zonder dat andere stakeholders er weet van hebben, kun je het vraagstuk wel zelf definiëren en wel je eigen oplossing voorop stellen. De recht-toe-recht-aan-lobby gedijt in stilte. Het risico bestaat dat de uitkomst na afloop openbaar wordt, met gekrakeel onder de stakeholder als gevolg, omdat die niet zijn gehoord.

 

Meer lezen over de mix van samenwerken en beïnvloeden? Lees ons boek Door Haagse ogen. Bestel

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Uitgelichte berichten

Hoe reageren de ontvangers op public affairs?

September 10, 2019

1/10
Please reload

Recente berichten
Please reload

Archief