Voorpublicatie boek 'Lobbyland': opmars burgerlobby is onstuitbaar

November 4, 2016

 

De burgeractivisten zijn de Spaanse peper van het politieke krachtenveld. In het boek ‘Lobbyland’ vertel ik over de groei van het fenomeen ‘grassroots’, ook wel gewone-mensenlobby of burgerlobby genoemd. ‘Lobbyland – De geheime krachten van Den Haag’ is geschreven door de journalisten Ariejan Korteweg en Eline Huisman van de Volkskrant. Het boek verschijnt 8 november bij uitgeverij De Geus.

 

Wil je nooit een blog van Het Grote Lobbyen missen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en like de Facebook-pagina. 

 

Hieronder alvast een voorproefje met mijn citaten, om je lekker te maken voor het hele boek.

 

Uit het boek ‘Lobbyland’, het hoofdstuk ‘Het #pgbalarm en de lobbygraaf – De onstuitbare opmars van de burgerlobby’

 

Lobbyisten kunnen niet meer fatsoenlijk de krant lezen zonder te denken: dat was een slimme lobby, vertellen ze ons. Noem het beroepsdeformatie. Een lobbyist denkt vanuit belangen, en hoe een besluit ook uitpakt, er zit altijd een belangenafweging achter.

 

Maar vragen we hun de mooiste lobbysuccessen met ons te delen, dan valt het stil. De beste lobby is er toch een die je niet als zodanig herkent. Des te opvallender het succesverhaal waarmee ze vervolgens graag op de proppen komen. Die lobby houdt zich niet aan de ongeschreven regels van het vak, maar breekt met vuistregels als zachtjes masseren en geruisloos opereren. En dat is misschien niet altijd de beste lobby, maar wel het opvallendste lobbyfenomeen: de opkomst van de burgerlobby.

 

Nederland heeft tientallen voorbeelden van burgerlobby’s, zegt lobbyadviseur Erik van Venetië, die onderzoek doet naar het fenomeen. Moeiteloos schudt hij de voorbeelden uit zijn mouw – de klanten van Albert Heijn die actie voerden voor het behoud van het goedkope merk Euroshopper, de 2 miljoen ‘likes’ voor de Pietitie op Facebook voor het behoud van Zwarte Piet, de regionale protesten tegen het verdwijnen van kleine ziekenhuizen in Lelystad, Kampen en Dokkum.
Burgeractivisme heeft een vaste plaats veroverd in het politieke krachtenveld, zegt Van Venetië.

 

‘Grassroots-groepen leveren de authentieke verhalen van gewone mensen. Dat is precies waar Kamerleden voortdurend naar op zoek zijn.’ Hij maakt graag de vergelijking met het bijbelverhaal van de kleine herder David die het opneemt tegen de reus Goliath. ‘Burgers gaan vaak de strijd aan vanuit een achterstand, maar die underdogpositie is ook hun voordeel: je kunt algauw op sympathie van publiek en journalisten rekenen.’ Dat terwijl voor de traditionele lobby een mediaoffensief doorgaans een uiterste poging is, alleen te gebruiken als je aan de verliezende hand bent. Dan kun je op zijn minst de opdrachtgever laten zien tot het gaatje te zijn gegaan.

 

Samen met bestuurskundige Caspar van den Berg en hoogleraar Arco Timmermans, onderzoekt Van Venetië voor de Universiteit Leiden de succesfactoren voor een geslaagde burgerlobby. Daarvoor rekt hij zijn bijbelse metafoor graag nog een beetje verder op. ‘Elke David heeft uiteindelijk een “goddelijke kracht” nodig om Goliath te lijf te gaan.’ Simpel gezegd: wie tegen de gevestigde orde wil ageren, moet zelf steun zoeken bij een deel van de gevestigde orde. Actiegroep CO2Nee oogstte met hun strijd tegen de CO2-opslag onder Barendrecht succes dankzij de gemeente die zich achter hen schaarde. En de slachtoffers van woekerpolissen konden echt een vuist maken toen ze in de studio van tv-programma TROS Radar werden uitgenodigd. ‘Echt serieus genomen word je vaak pas als je gehoor krijgt bij traditionele media’, zegt Van Venetië. ‘Aan tafel bij Jeroen Pauw, of met een interview in een landelijke krant.’

 

Media-aandacht is steeds meer een garantie voor aandacht in de politiek, verzucht Audrey Keukens, lobbyist bij Dröge & Van Drimmelen. ‘Elk bericht in de krant lijkt op dit moment te leiden tot Kamervragen.’ Niet voor niets deed Kamervoorzitter Arib een oproep aan haar collega’s om het aantal Kamervragen en debatverzoeken te matigen. ‘De vraag is zo langzamerhand of de media de Kameragenda volgen of dat de Kameragenda de media volgt’, vindt Keukens.

 

Kamerleden maken op hun beurt gretig gebruik van de legitimatie die media-aandacht hun geeft om ergens politieke aandacht voor te vragen. ‘Natuurlijk bellen we zelf ook journalisten: als jullie iets over deze misstand kunnen schrijven, stellen wij er nog morgen Kamervragen over’, zegt SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen. Journalist tevreden met politieke invloed, Kamerlid blij met maatschappelijke dekking.

 

Precies dit advies geven Kamerleden beginnende lobbyisten, blijkt uit de bundel met tips voor een succesvolle gemeentelijke lobby die Erik van Venetië maakte op basis van gesprekken met politici en topambtenaren. ‘Fuzz maken in de media, zoals een van de Kamerleden dat noemt, kan helpen om een ontvankelijk klimaat voor de eigen issues te creëren’, schrijft hij in De lobbyende gemeente. ‘Een lobby ondersteund door berichten in de media heeft een grotere impact, omdat een Kamerlid dan ergens publiekelijk aan kan refereren.’

 

David en Goliath wisselen van rol

 

De opmars van de burgerlobby heeft een merkwaardig bijproduct opgeleverd dat de naam ‘astroturfing’ draagt – naar het kunstgrasmerk AstroTurf.
Neem de Responsible Energy Citizens Coalition in Brussel. Klinkt als een burgergroep die tegenwicht wil bieden aan de traditionele grote energieconcerns? Een soort van – zij het dat het in werkelijkheid gaat om een groep grote bedrijven; producenten van schaliegas. Of wat te denken van de European Privacy Association? Dat activeert toch minder alarmbellen dan ‘de gezamenlijke lobbyclub van Facebook, Google en Yahoo!’ en niemand hoeft te weten dat zij de financiers zijn. In Nederland wist de tabaksindustrie iets vergelijkbaars te doen in de strijd tegen het rookverbod: zij betaalden de rechtszaken die de kleine horecaondernemers voerden tegen het verbod.

 

Het is lucratief om jezelf als authentiek maatschappelijk te profileren, beseffen bedrijven – zie daar het ontstaan van astroturfing of quasi-grassroots: clubs met een burgerlobby-uitstraling die in werkelijkheid zijn opgericht door grote bedrijven. De Nederlandse Pompe-patiënte Maryze Schoneveld, die in diverse media vertelde over de noodzaak van een duur medicijn van fabrikant Genzyme, bleek als consultant te worden betaald door de farmaceut. Die link werd ontdekt toen ze in België de ouders van een ziek jongetje aanspoorde om de media te zoeken, maar verzweeg dat ze dat in opdracht deed van Genzyme.
[… Constatering: bedrijven steeds bewuster van noodzaak reageren op maatschappelijk debat…]

 

David en Goliath wisselen vaker van rol, zegt Van Venetië. Grote bedrijven kiezen er om strategische redenen voor zich een maatschappelijk imago aan te meten. En andersom weten burgergroepen zich steeds meer te professionaliseren. ‘De meeste grassroots houden op te bestaan als de kwestie is afgerond. Maar soms zoeken ze een plek in het traditionele bestel. Dan veranderen ze doorgaans in een ngo.’ De activisten van Greenpeace zijn er een mooi voorbeeld van: ooit de club die ageerde tegen het establishment; onlangs schoven ze naast Shell en VNO-NCW aan bij het ministerie om te onderhandelen over het Energieakkoord.

 

Is de burgerlobby echt zo invloedrijk?

 

‘De intuïtie zegt: grassroots hebben onevenredig veel invloed’, zegt Erik van Venetië. Zelf horen we gevestigde lobbyisten vaak ook iets dergelijks suggereren als Wakker Dier weer eens naar voren wordt geschoven als voorbeeld van invloedrijke lobby. Het is een populaire gedachte dat burgerlobby’s met hypes de serieuze onderwerpen opzijduwen. Is de geest eenmaal uit de fles, dan laat die zich moeilijk terugdrukken. Maar zijn burgerlobby’s wel echt zo invloedrijk?
Gevestigde lobbyisten hebben dankzij de inmenging van burgerlobby’s steeds minder de garantie dat ze onder de oppervlakte kunnen blijven opereren, zegt hoogleraar Timmermans. Onderwerpen verschieten steeds van formaat en kleur. ‘Kijk naar schaliegas. Vijf jaar geleden wist niemand wat dat was, behalve Shell. De discussie op het ministerie over proefboringen was technisch. Maar zodra de proefboringen een maatschappelijke kwestie werden, moest minister Kamp de proeven in de ijskast zetten.’

 

Toch hebben grassroots zelden een doorslaggevende invloed, schrijft Van Venetië in de resultaten van zijn onderzoeksproject ‘Grassroots media-mobilisatie’. En hoeveel handtekeningen er ook zijn verzameld, een petitie loopt zelden uit op concrete verandering. ‘De politieke uitslag is maar in beperkte mate aan hun inspanningen toe te schrijven.’ Zelf omschrijft hij hun rol als Spaanse peper: met de emoties en menselijkheid die ze toevoegen, krijgen de doorgaans technische discussies meer pit.

 

Een lobbyist die tegen de status-quo in werkt, moet nou eenmaal onevenredig veel moeite doen: gevestigde belangen hebben de informele contacten én hebben een plaats bij formele overleggen. Een wet veranderen die in jouw nadeel werkt, kost ontzettend veel tijd en energie.

 

Fragment uit “Lobbyland’: het hoofdstuk ‘Industrie van de invloed – Hoe lobby haar tentakels uitstrekt in de samenleving’.

 

Hoever de lobby doorsijpelt in andere lagen dan de Haagse politiek, wordt zichtbaar in wat volgens lobbyisten een van de belangrijkste groeimarkten in Lobbyland is: de lobby vanuit gemeenten en provincies. Van oudsher zijn er de belangenbehartigers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en van het Interprovinciaal Overleg (IPO). Maar de grootschalige decentralisatie, waarvoor de VNG lang heeft gestreden, brengt een stroom aan nieuwe lobbykrachten op gang. Collega-ambtenaren dus eigenlijk; overheden die elkaar op lokaal niveau beconcurreren om het landelijk beleid in eigen richting te krijgen.

 

Al die gemeenten en provincies die naast de VNG en het IPO zelf in Den Haag aan het lobbyen slaan, zitten Kamerleden en ambtenaren daar wel op te wachten? Jazeker, zegt adviseur Erik van Venetië. Maar de tijd van je hand ophouden voor die ene investering is wel voorbij. ‘De VNG is de voornaamste gesprekspartner als het om gemeentebelangen gaat. Maar onder Kamerleden hoor ik ook kritiek op de VNG.’ Vereniging Nooit Genoeg, is de bijnaam in Den Haag – discussies gaan altijd over meer geld, meer macht, meer keuzevrijheid. ‘Ze komen met ellenlange verhalen en sluiten zelden coalities’, citeert hij een Kamerlid.

 

Zorg ervoor dat je interessant wordt, is zijn boodschap aan de decentrale lobbyisten. Door op thema’s samen te werken met andere organisaties of overheden zodat je een expert wordt voor Den Haag, bijvoorbeeld. Dan kun je meteen tegenwicht bieden aan die machtige G4, of aan het ‘gezeur’ van de VNG. ‘Den Haag is altijd op zoek naar oplossingen. Gemeenten kunnen die bieden. Daar staan de tekentafels voor het Haagse beleid.’

 

Lees ook mijn blog met negen reactiestrategieën op burgerlobbyisten.

 

Wil je nooit een blog van Het Grote Lobbyen missen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en like de Facebook-pagina. 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Uitgelichte berichten

Hoe reageren de ontvangers op public affairs?

September 10, 2019

1/10
Please reload

Recente berichten
Please reload

Archief