Zo ga je om met actiegroepen. Negen reactiestrategieën

November 24, 2015

 

(Scroll down for English version)
Je bent lobbyist bij een bedrijf of een overheidsorganisatie en je krijgt te maken met actiegroepen. Hoe reageer je op hun lobbyacties?

 

Burgers lobbyen tegen windmolens in de buurt, omwonenden voeren actie tegen de dreigende sluiting van het ziekenhuis, een Facebook-actie om Zwarte Piet te behouden trekt twee miljoen likes, Groningers protesteren tegen de gasboringen. Ik noem maar een paar voorbeelden van actiegroepen (grassroots) uit de vele honderden.

 

Wil je nooit een blog van Het Grote Lobbyen missen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en like de Facebook-pagina. 


Boze, ongeruste, gedupeerde of welwillende burgers verenigen zich en richten hun acties op jou. Jij voelt je als de reus Goliath die de strijd aangaat met de kleine David. Hoe reageer jij op David?

 

Herken je deze uitspraken?
• ‘Een groepje van een paar idioten, daar luistert toch niemand naar?’
• ‘Allemaal emótie. Ze weten niet waar ze het over hebben.’
• ‘Ach, dat waait wel over. Wij gaan gewoon door.’

 

Het zijn de ouderwetse reacties van gevestigde instituties op burgeractivisme: negeren, ontkennen of onbelangrijk maken. De laatste jaren zie ik steeds meer bedrijven en overheden een andere weg inslaan. De weg van het overleg en samenwerken.

 

Op basis van gesprekken met lobbyisten heb ik een inventarisatie gemaakt van alle mogelijke manieren waarop ‘de gevestigde orde’ met grassroots omgaat. Het zijn allemaal reacties die in de praktijk voorkomen. Samen vormen ze een menukaart van negen reactiestrategieën.

 

1. Wachten
• Niets doen is óók een reactie. Kan voortkomen uit ontkenning of het bewust negeren van het probleem van de actiegroep.

 

2. Praten
• Charme-offensief opzetten om het wantrouwen weg te nemen. Voorbeeld: de keukentafelgesprekken door de NAM in Groningen.
• Overtuigen van jouw gelijk. Bijvoorbeeld door de kloof te overbruggen tussen het emotionele verhaal van de actiegroep en het eigen rationele verhaal.
• Inkapselen in overleg en daarin het issue kleiner maken of het issue juist verbreden of compliceren.
• De actiegroep dwingen samen te werken met andere actiegroepen, als voorwaarde voor overleg. Daarmee centraliseer je de gedecentraliseerde actiegroepen.
• Je reactie overlaten aan lokale managers, regionale afdelingen, individuele leden of (vanuit de rijksoverheid gezien) aan gemeenten. Daarmee dwing je een landelijke actiegroep tot decentraal overleg.

 

3. Nieuw speelveld creëren
• Burgerparticipatie opzetten. Een platform voor actiegroepen creëren waarin ze hun ideeën en alternatieve oplossingen kunnen aandragen.
• Formele consultatie opzetten. Bijvoorbeeld inspraakprocedures om het verzet te kanaliseren.

 

4. Samenwerken
• Omarmen en meegaan. De wensen van de actiegroep overnemen of samen een nieuwe oplossing bedenken.
• Een bestaande actiegroep helpen of subsidiëren. De gemeente Barendrecht hielp de lokale actiegroep tegen de opslag van CO2. Enkele kustgemeenten subsidiëren actiegroepen tegen windmolenparken op zee.

 

5. Afkopen
• Financiële compensatie komt vaak voor in reactie op actiegroepen in de Nimby-categorie (not in my backyard)

 

6. Negeren
• En ondertussen gewoon je gang gaan.

 

7. Imiteren

• Lobbytechnieken van de actiegroep gebruiken. Bijvoorbeeld door een social media campagne te beginnen. Of door je boodschap persoonlijk te maken en er een ‘grassroots saus’ overheen te gooien.
• Zelf een actiegroep oprichten, in alle openheid, en die een oplossing laten bedenken.
• Zelf in het geheim een ‘vermomde’ actiegroep oprichten. Dat heet ‘astroturfing’.

 

8. Bestrijden
• Het tegenoffensief inzetten, bij voorkeur in de media. Daarin zet je jouw waarheid tegenover die van de actiegroep. Of je framed het issue anders.
• Jouw medestanders mobiliseren. Door partners te vragen jou openlijk te steunen tegen de actiegroep. Bijvoorbeeld door bekende Nederlanders als woordvoerder te laten optreden.
• De rechter inschakelen om acties te voorkomen of te beëindigen.

 

9. Anticiperen
• In een vroeg stadium met de actiegroep praten, vóór dat die actief wordt. Onder het motto: ‘Find them before they find you’.

 

Mijn inventarisatie van reactiestragieën maakt deel uit van een onderzoeksproject naar de invloed van grassrootsgroepen, uitgevoerd door masterstudenten bestuurskunde van de Universiteit Leiden Campus Den Haag. Samen met hoogleraar public affairs Arco Timmermans geef ik leiding aan dit onderzoek. De zes studenten schrijven hun masterscriptie over drie grassroots cases. In twee eerdere onderzoeksprojecten over burgeractivisme werkte ik samen met Caspar van den Berg, associate professor public administration aan de Universiteit Leiden.

 

Een van de studenten, Esther Mangelsdorf, heeft een Engelse versie van de negen reactiestrategieën gemaakt.

 

 

English version

Nine Responses to Grassroots Activism
Erik van Venetië

 

Whilst there is acknowledgement that grassroots organisations can affect policy outcomes, there is virtually no theory and limited literature offered on how incumbents respond to grassroots organisations. However, the preliminary research I conducted, can be used as a starting point where this gap in the literature can be further explored and explained.

 

By interviewing various incumbents, I have discovered none differing responses organisations have taken when confronted with grassroots organisations. The different strategies and their meanings are listed below.

 

Nine strategies of incumbents responding to grassroots organisations

 

1. Wait
• Doing nothing is also a response. Can be the result of denial of the issue.

 

2. Talk
• Charm offensive to remove distrust, e.g. kitchen table conversations.
• Convince the grassroots. E.g. by bridging the the gap between the emotional framing of the grassroots and the own rational framing.
• Encapsulate by talking. Narrow the issue or give the issue a broader context.
• Force the grassroots to work with others: centralizing decentralized grassroots.
• Decentralize yourself. Delegating reaction to local branches or individual members.

 

3. Create new playing field
• Citizenship engagement/civil engagement: create a platform for grassroots with their ideas and alternative solutions.
• Formal consultation. Create consultation processes to channel resistance.

 

4. Embrace and collaborate
• Come together to find a common solution

 

5. Buying off
• Financial compensation. Often used as response to Nimby grassroots (not in my backyard).

 

6. Neglect

 

7. Imitate and adopt grassroots lobby techniques
• Make your message personal with a ‘grassroots sauce’ over it.
• Create a grassroots movement in openness. Let them come up with solutions.
• Help or sponsor an existing grassroots group.
• Create a grassroots movement in disguise (that’s called astroturfing).

 

8. Fight by starting a counter-offensive
• Your truth (facts) said to the media. Or frame the issue differently.
• Mobilize your supporters, e.g by hiring celebrities as spokespersons.
• Start a lawsuit to prevent or stop the grassroots activities.

 

9. Anticipate
• Very early talk with grassroots before they become active.

 

Wil je nooit een blog van Het Grote Lobbyen missen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en like de Facebook-pagina. 

 

Translation: Esther Mangelsdorf

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Uitgelichte berichten

Hoe reageren de ontvangers op public affairs?

September 10, 2019

1/10
Please reload

Recente berichten
Please reload

Archief